Casablanca (ed-Dar el-Beida)

Casablanca moskeeOmdat ik niet bij mijn vaste adres terecht kan besluit ik een andere kapster te proberen, twee straten bij mij vandaan. De naam vermoedt een Italiaanse eigenaresse.
Een vrouw in hoofddoek met donkere kringen onder haar ogen en vriendelijke bruine kijkers doet open. Ze wijst naar achteren, loopt dan voor me uit en ik volg, het achterafstraatje door. Het is fris, de wind speelt met haar vest en mijn jas en duwt ons ongeduldig vooruit.
De kapsalon is gevestigd in een krap schuurtje waar een kachel snort. Er staat een versleten stoel die er net in past en een spiegel. Alles is een beetje versleten, ook de handdoek, de föhn en het kastje waar haar spullen op liggen. Een beetje smoezelig is het er. Ik waan me in Casablanca en voel me direct thuis, een gevoel van herkenning dat ik eerst niet kan verklaren. De kleine elektrische kachel verspreidt wat welkome warmte, desondanks zijn mijn vingers koud.

Casablanca

Ze komt uit Marokko.
‘Waar vandaan precies?’
‘Casablanca.’
Ik glimlach. Ze vertelt verder, over Friesland waar ze jaren woonde en nu hier, in Almere. Ze begint mijn haar te sprayen en kamt het helemaal door. Haar handen zijn zacht en ervaren.
Het is al zes uur geweest. Ons gesprek wordt onderbroken door een krachtige, donkere mannenstem die iets in het Arabisch roept. Het verhoogt mijn bewustzijn dat ik me niet in Almere bevind, maar op een plek hier ver vandaan, waar ik eerder in mijn leven graag naartoe had gewild.
‘Oproep voor het gebed,’ zegt ze op mijn vragende blik.
Ik knik.
Kamelen tijdens zonsondergangOp mijn beurt vertel ik haar over het boek dat ik ooit schreef met een vriend – Het lied van de wind – dat zich deels afspeelde in Casablanca toen hij nog monnik was, en op een eerder moment in de woestijn. Ik hield van het boek, had er natuurlijk een tijdlang intens aan gewerkt, al eindigde de samenwerking, waarbij hij input gaf en ik schreef, in een breuk die nooit meer goed kwam. Jammer dat het na drie jaar intensief en liefdevol werken zo eindigde, maar zo gaat het soms in het leven.
Couscous di pesce in SiciliëIk vertel ook dat ik een tijdje in Sicilië heb gewoond waar de Arabische cultuur ook haar sporen heeft achtergelaten; hoeveel ik houd van onze multiculturele samenleving, omdat het onze cultuur zo heeft verrijkt. ‘Ik ben dol op couscous en andere Oosterse specialiteiten. Mijn moeder en ik vinden het zo heerlijk dat ik het regelmatig klaarmaak,’ zeg ik.

‘Habibiiiii’

Het is een mooi, vrij en blij gesprek. Als ik wegga, nadat ze mijn haar in een leuk en vlot model heeft geknipt voor maar twaalf euro, vraag ik naar haar naam omdat ik die eerder niet verstond.
‘Aouatif,’ antwoordt ze. Alleen al de manier waarop ze het uitspreekt is van een verregaande schoonheid.
‘Wat een prachtige naam. Wat betekent dat?’
Ze glimlacht. ‘Emoties.’
‘Die hebben je ouders met veel zorg uitgezocht,’ zeg ik waarbij er weer van alles door mij heen vliegt:  heet, witgeel zand,  bergen in de verte en de vuile, vrolijke snoetjes en kleine, kleverige handjes van spelende kinderen, het geluid van schaterlachen in de verte en ‘habibiiiiii.’ Ik ruik de zee, voel de felle zon op mijn huid branden en heb vermoeide, droge voeten. Ik proef van gezamenlijke maaltijden en liters verse muntthee. Oude mensjes leunen in de schaduw tegen hun witte huis en verwelkomen de lome vooravond alvast. De zon wandelt weg en laat wat laatste glimpjes goud achter op de daken, als een stille belofte voor de volgende dag.
Wat een gemis.
We kijken elkaar nog eens aan, drukken elkaars hand en glimlachen van hart tot hart.
Haar ogen twinkelen nu, de donkere kringen zijn ineens weg. Ze blijft in de deuropening staan als ik mij omdraai en naar huis loop.
Ik ben weer even op reis geweest.