Ko en Joke Lankester

Wicca Hogepriester Ko en Hogepriesteres Joke Lankester: Wij zijn Stone Age, niet New Age.

In hun nieuwste geesteskind ‘Heksen komen van de Maan’ vertellen Wiccaschrijvers Ko en Joke Lankester hun eigen persoonlijke verhaal. Maar ook de relatie tot hun covenleden komt aan bod. Uitzonderlijk, want als er iets is wat Wicca’s doorgaans niet doen, is het wel praten of schrijven over hun coven. De Lankesters vinden het echter niet nodig om overal geheimzinnig over te doen. Alles wat zij schreven gebeurde, hoewel niet zonder discussies, uiteindelijk met volledige instemming van hun covenleden. Tijd voor een interview met deze nuchtere, bijzondere mensen die Wicca zelf verre van mysterieus vinden.

Ko en Joke ontvangen me hartelijk in hun sfeervolle bovenwoning in het hartje van Utrecht. Een grote Noorse boskat ligt te snorren op de dieprood fluwelen stoel, die wel iets weg heeft van een troon. Een grote verzameling keurige vazen staan uitgestald op een prominente plaats in de huiskamer en verraden dat het echtpaar veel van kunst houdt. Alles is even smaakvol ingericht en ik vermoed hierin de hand van Joke, die zelf kunstenares is. Tegenwoordig maakt zij speciale gewaden op maat, maar ook altaarkleden en meer fraais.
In de kamer waar we neerstrijken voor het interview, valt mijn oog op de honderden, keurig gesorteerde boeken. Een groot deel van de onderwerpen handelt vanzelfsprekend over Wicca, maar ook staan er boeken over andere religies en denkwijzen. Ko en Joke waren jarenlang lid van de Theosofische Vereniging, maar toen zij Wicca eenmaal hadden ontdekt duurde het niet lang of ze besloten het roer radicaal om te gooien. Wat is toch die geheimzinnige aantrekkingskracht van Wicca?
‘Voor mij is het een religie waarin je een polariteit vindt, de Godin en de God die samen alles scheppen,’legt Joke uit. ‘Je staat samen met je vrienden, die ook zijn gewijd tot priesters en priesteressen, in de cirkel. Verder zijn er voor ons geen dogma’s en heilige boeken.’
‘Ik vind het prettig dat er geen grote organisatie achter zit die bepaalt wat je moet doen of aannemen,’zegt Ko. ‘Je kunt voor een groot gedeelte zelf invullen hoe je je religie vormgeeft.’ Voor hen is Wicca een levende religie, die zich aanpast aan de omstandigheden. De kracht van polariteiten wordt onderkend, het streven naar balans. Goed en kwaad, donker en licht zijn immers de natuurlijke krachten die elkaar aanvullen in hun tegenstellingen en die overal, in iedereen, terug te vinden zijn. Een Westerse denkwijze.
Ko: ‘Bij de Theosofische Vereniging, waar wij beide lid van waren, ging men uit van de reïncarnatiegedachte. Je streeft daarbij naar het goede. Het kwade moet je in jezelf overwinnen. Maar wij leven hier en nu, daar gaat het om. Wat er ooit nog eens zou kunnen zijn willen we niet eens weten. Daarom zijn we uiteindelijk ook uit die Theosofische Vereniging gestapt. We konden ons er niet meer in vinden.’
Toch is de reïncarnatiegedachte ingeburgerd in het Westerse denken, ook bij veel Wicca’s.
Joke: ‘Ja, maar veel mensen weten niet dat ze een Oosterse denkwijze binnen een Westers systeem halen. Heidendom heeft echt niets te maken met karma, dat puur Oosters denken is. Wicca is de eeuwige kringloop en niet een ontsnapping daaruit. Ik vermoed dat men dat vaak niet in de gaten heeft.’
‘Of je nou naar de Germanen kijkt of naar de Kelten, de Grieken en de Romeinen, die hadden niet zoiets als reïncarnatie,’vult Ko aan. ‘Na het leven blijft er wel iets over, vandaar de voorouderverering. Men nam aan dat die nog een tijdje rondhingen voor ze verdwenen naar het land achter de noorderzon, het Zomerland. Men dacht niet dat je ziel weer terugkwam of zo iets dergelijks. Maar inderdaad, er zijn veel mensen, ook Wicca’s, die denken dat de reïncarnatiegedachte er altijd is geweest.’

Oersoep

‘Ik vind niet dat je dat je alles maar op een hoop kunt gooien en kunt klutsen zodat je dan iets nieuws krijgt,’zegt Joke stellig. ‘Ik zeg niet dat het één beter is dan het andere, maar als je stelt dat je zaai- en oogstfeesten en maanfeesten viert, een gesloten kringloop dus, dan moet je dat ook op je leven van alledag toepassen. En dat is dus iets anders dan dat de Oosterse mens het beschouwt. Het is typisch New Age om van alles een plukje te nemen, maar wij zijn Stone age en niet New Age,’ benadrukt ze. ‘Wicca was er al voordat New Age er was. Ik zie het leven overigens niet zozeer om van te leren, wel dat we hier op aarde zijn om iets te doen. Die aarde is het belangrijkste, daarom zitten we in deze stof tegenover elkaar. Ik heb wel een doel, denk ik. Niet voor mezelf om iets te leren, maar meer om iets te betekenen voor elkaar. Dus niet als een leerproces waar ik persoonlijk beter van word, want dan zit je meteen weer op die gedachte van steeds een trapje hoger tot je kunt neerkijken op het aards gewriemel.’
Waar ze dan wel in gelooft?
‘Om iets van dat goddelijke uit te dragen en uit te stralen naar anderen toe. Na de dood zal ik misschien als iets wat je een geest kunt noemen nog een tijd bij de aarde blijven, tot ik langzaam aan steeds minder stoffelijk word. Ja, er is misschien wel zoiets als een ziel. Die blijft hangen bij een plek waar geliefden wonen en waar je begraven bent. De een langer dan de ander. Dat heeft te maken met wie je was en hoe je geleefd hebt en of de mensen in je omgeving jou nog naar de aarde trekken. Je kunt dus nog lang tastbaar hier zijn. Dat verklaart ook weer veel over het contact met overledenen. Ik denk dat je daarna oplost in een groter geheel, iets dat je ook wel de oersoep kunt noemen en waar alle gedachten en daden van de mensheid naartoe gaan en zich samenvoegen. Vanuit die oersoep ontstaat een volslagen chaos waar nieuw leven uit voorkomt. Niet een nieuw leven met een persoonlijke gedachte hoor.’ Ze glimlacht. ‘Ik geloof namelijk niet dat ik als een soort Joke ooit Hogepriesteres bij de Egyptenaren was.’

Wat betekent Wicca voor hun persoonlijke relatie? Heeft het hen veranderd?
Ko: ‘vroeger was ik geïnteresseerd in de kabbala, ik was heel mentaal ingesteld. Ik bestudeerde ook de astrologie en de Tarot. Allemaal dingen die met het verstand te maken hadden. Je komt daar niet veel verder mee, het houdt gewoon een keer op. Ik kan die kabbala wel dromen, maar wat moet ik er verder mee? Wicca daarentegen is heel praktisch. Het gaat om de rituelen waarin je bepaalde handelingen doet en bepaalde teksten opzegt, niet zozeer om de theorie die erachter zit, want dat is helemaal niet zo belangrijk.’
Joke: ‘Ik denk dat met name Ko erg veranderd is. Niet zozeer in hoe hij is, want hij is nog steeds dezelfde, maar wel in zijn denken. Ko was een echte wetenschapper. Eigenlijk nog wel, en dat is best handig met schrijven, maar hij hoeft niet meer zo nodig overal bewijzen voor te vinden. Er zijn nu eenmaal vaak geen bewijzen. En verder… Wicca geeft zeker wel verdieping in onze relatie, maar die was er al. Muziek, maar ook religie, kunst, toneel en literatuur vonden we altijd al interessant en zeker ook die uitwisseling daarover. Wat wel veranderd is… ik zou bijvoorbeeld niet geschreven hebben, denk ik. En ons huis is beslist een stuk voller. Er kwamen vroeger veel minder mensen over de vloer. Maar ik ben, denk ik, nog steeds dezelfde. Wel zelfverzekerder. Maar het hoort misschien wel bij de leeftijd dat je op je vijfenvijftigste zelfverzekerder bent dan op je vijfendertigste.’

Ze hebben geen moment getwijfeld aan Wicca. Het is hun levensweg en ze voelen zich er volkomen in thuis. Joke: ‘Twijfel brengt me nergens toe. Je kunt alles ontleden tot op het bot, maar daar word je echt niet gelukkiger van. Het klinkt wonderlijk, maar ik heb geen zin om twijfel kans te geven. Ik wil gelukkig zijn en dat streven heeft mijn leven enorm verrijkt. Voor mij is de Godenwereld een realiteit die er is, net zoals kabouters of noem maar iets op, alles wat bezield is. Daar hoef ik niet aan te twijfelen.’
Ko, van nature meer een piekeraar dan Joke: ‘Voor mij is er niets anders geweest in die vijftien jaar. Andere stromingen, ook interessant, maar dit voelt voor mij als het juiste pad. En natuurlijk zijn er dingen die heel gezond zijn om aan te twijfelen, maar dat is mijn wetenschappelijke kant weer. Tja, het zou niet goed zijn om alles maar als zoete koek te slikken,’ lacht hij met een twinkeling in zijn ogen.

Samen overleggen

Er zijn niet zo veel opleidingen en er zijn ook niet veel mensen die genegen zijn om een opleiding te geven. Waar letten zij op bij de aanvraag tot een inwijding?
‘We zijn het in principe wel eens over de criteria. Je moet met beide benen op de grond staan, psychisch stabiel zijn,’zegt Ko.
‘En we moeten elkaar aardig vinden,’zegt Joke heel beslist.
Ko: ‘Dat zowiezo, want je moet nog een hele poos met elkaar door.’
Joke: ‘Je hebt samen nog een weg te gaan. Ik zeg altijd: ga eerst die workshops maar doen en kom dan nog eens terug met diezelfde vraag. Het kan best zijn dat je na een jaar – wanneer je ruim negen hele dagen met elkaar en anderen hebt doorgebracht – anders denkt over een inwijding. Het criterium is natuurlijk of je er zoveel liefde en tijd voor over hebt. Je hebt acht jaarfeesten, twaalf tot dertien volle manen en in de tussentijd kom je ook nog bij elkaar. We doen met z’n allen een studie, en we gaan ook wel eens samen uit. En, niet onbelangrijk, hoe ga je ermee om in je dagelijks leven? Ach, en ook al zou iemand dat allemaal positief beantwoorden, dan kunnen we zelfs na het starten van de opleiding niet beloven dat we die persoon ook zullen inwijden. Het hangt van zoveel factoren af. Zo’n opleiding is erg persoonlijk en je moet veel van jezelf durven laten zien. Het kan best dat we halverwege zeggen dat elkaar niet leuk vinden. Dat hoeft niet zo van onze kant te zijn, het kan even goed de ander zijn die dat zegt. Die kan misschien wel vinden dat mijn stijl van werken niet prettig is, dat ik veel te veel met mijn voeten op de grond sta. Tja, als je liever een prachtig magisch systeem wil opbouwen dan zit je bij mij niet goed. In de tussentijd haken er veel mensen af en blijft er maar een enkeling over. Je bent zomaar twee jaar verder.’

Ze vullen elkaar in allerlei opzichten aan. Wat betreft het covenwerk vervullen ze de traditionele rollen. Joke is als Hogepriesteres de verpersoonlijking van de Godin en Ko als Hogepriester de God. Ko schrijft de rituelen en spells. Joke, die de meest praktische is van de twee, draagt veel aan en voert uit. Maar zo traditioneel als zij qua rollenspel in de coven te werk gaan, zo anders is het in het dagelijks leven. Daarin loopt alles door elkaar en is de verhouding niet zo strikt verdeeld. Ko bemoeide zich vroeger net zo goed met de opvoeding van hun twee kinderen en deed evengoed het huishouden, om maar iets te noemen. ‘Dertig jaar geleden was het niet zo gewoon om zo’n verhouding te hebben,’zegt Joke. ‘Maar voor ons was het toen al vanzelfsprekend.’
En dan de boeken. Die schrijven ze samen, op een aparte manier. Joke is zoals altijd op praktisch gebied creatief, Ko tovert met woorden. ‘Ik ben het vonkje,’zegt Joke, ‘en Ko bijt zich erin vast en gaat ermee aan het werk. Hij zegt meestal eerst dat hij geen tijd heeft (in het dagelijks leven is Ko ambtenaar bij het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij- red.). Maar hij kan het schrijven niet laten. Dus hij gaat er toch over nadenken en uiteindelijk komt er een synopsis die hij aan mij laat zien. Hij wil dan weten of het lijkt op het idee dat ik heb. Vaak wordt het iets dat op ruzie begint te lijken,’ schaterlacht ze. ‘En zo discussiëren we er het hele boek over door. Ik schrijf nooit, niet in directe zin, ik ben de kritische lezer. Het is dus Ko’s stijl, maar ik kijk of het is wat we samen proberen over te brengen en of het lekker leest. Als het bij de uitgever wordt ingeleverd zijn we samen tevreden over het resultaat. Over ons laatste boek hebben we overigens nog een discussie gehad met de coven. Voor het manuscript de deur uitging lieten we het eerst aan ze lezen. Met sommige dingen waren ze het helemaal niet eens. Ze hadden zoiets van: hoe komen jullie erbij, dat zijn ònze rituelen en die willen we helemaal niet delen.’Joke glimlacht. ‘Dat heeft te maken met geheimhouding. Niet zozeer met moeilijke dingen, maar gewoon met privacy. Ze vonden de teksten zo bijzonder en zo verweven met hun leven. We hebben er lang met elkaar over gediscussieerd en het herschreven tot we allemaal tevreden waren met het resultaat.’

Het grote mysterie aan Wicca

Natuurlijk komt ook Gardner aan bod. Het is in de loop der tijd steeds duidelijker geworden dat deze man, die Wicca min of meer halverwege de jaren vijftig ontdekte, het niet altijd even nauw nam met de waarheid. Voor Ko en Joke, die beide zijn ingewijd als Gardnerians, maakt dat geen enkel verschil. Het gaat hen om het uiteindelijke resultaat, niet zozeer om hoe het ooit begonnen is.
Joke: ‘Zonder Gardner zou er geen revival van het heidendom te zijn. Gardner heeft het met Wicca allemaal in beweging gezet. Of wat hij zei authentiek was of niet, maakt niet uit. In alle stromingen zie je dat verschijnsel overigens. In die tijd, van het begin tot halverwege de vorige eeuw, beweerde iedereen dat men echt iets authentieks deed: de Druïden, Vrijmetselaars, Golden Dawn, enzovoorts. Misschien was het in die tijd wel nodig om het op een manier te brengen alsof het al eeuwenoud was, omdat het anders niet geaccepteerd werd. Gardner was vast geïnspireerd door de Godin. Hij heeft het niet voor zichzelf gedaan.’
Wicca heeft hen veel opgeleverd, onder meer vriendschappen met anderen die ze niet graag hadden willen missen. Dat is het unieke aan Wicca, volgens Joke, die zegt dat ze zoiets nergens anders in had kunnen vinden. ‘Ik ben een enorme individualist,’ benadrukt ze als ik mijn scepsis uitspreek. ‘Juist vanuit dat individualisme heb ik geleerd hoe belangrijk een groep is om je te kunnen ontplooien. Hoe het is om jezelf te kunnen laten zien zoals je bent in al je naaktheid, letterlijk, maar ook figuurlijk. Ik zeg niet dat het werken met zo’n grote groep makkelijk is. Er zijn best wel eens meningsverschillen, ieder heeft zijn eigen gebruiksaanwijzing, maar dat hoort erbij. Ik heb ook wel eens met anderen, met vrienden bijvoorbeeld, rituelen gedaan. Maar er zat toch nooit die verdieping en die liefde naar de Goden en in jezelf zoals je dat met een coven hebt, al waren het prachtige rituelen. En het is zeker niet zo dat in een coven alle neuzen een kant op staan. Het is de sfeer van openheid en respect die zo belangrijk is, ook al zijn er verschillen in leeftijd en in maatschappelijk opzicht. Zulke levenslange vriendschappen, dat vinden wij heel bijzonder.’ Ko knikt instemmend.
‘Misschien is dat samenzijn met anderen, die vriendschap onderling en dàt het werkt wel het grote mysterie aan Wicca…’ besluit Joke.

Joke en Ko Lankester hebben ook een eigen website www.circewicca.nl
Gepubliceerd in Koörddanser (2002)