Oude doos 3: Vliegtuig

Vliegtuig

Iedereen in België weet dat er zaterdag een heks komt, ik was op de radio. Ze zijn in het Zuiden nog veel banger voor heksen dan hier in Nederland. Ze hebben er zelfs folkloristische feesten waar nog steeds juichend heksen worden verbrand. Nagespeeld met poppen…
In een droom krijg ik een rampzalig ongeluk. Ik zit in het midden van het vliegtuig en doe geen moeite om het stuur te pakken. Het vliegtuig is leeg en ik ben alleen. Ik doe niks als het vliegtuig de blauwe oceaan induikt, laat het gewoon gebeuren. Als iemand me wil redden zegt een ander: laat maar, het is bijna gebeurd.
Tuurlijk, laat mij maar zwemmen of verzuipen!
Maar bij nader inzien: dat water kan ook een loutering zijn. Ik moet het heft in handen nemen, dit is een waarschuwing.
Goed, ik neem dat heft in handen. Ik ga er wat van maken in België. Dit hoeft heus geen waarschuwing te zijn dat de zaken fout gaan.

IJskoud

Jur en ik hebben besloten dat we er een romantisch weekend van maken in een vijfsterren hotel, compleet met seks, champagne en lekker eten.
Gisteren ging het al bijna mis. Jurs bril brak in tweeën en zonder bril begint hij niet veel. Gelukkig is het onheil afgewend en kon de bril aan elkaar geplakt worden.
Ik doe nog even snel boodschappen voor we vertrekken, het kost me de halve middag, maar vooruit. Een paars kleed, een extra bezem, mooie kaars en een herfststukje zodat ik een gezellig tafeltje kan maken voor de lezing. Het oog wil ook wat tenslotte.
De reis gaat redelijk voorspoedig, behalve een bijna ongeluk op de weg die ons bijna een hartstilstand bezorgt.
Het hotel heeft geen vijfsterren, maar drie, een belangrijk kwaliteitsverschil, zo blijkt in de praktijk. Een domper op de feestvreugde, ik had me zo verheugd op een luxe zwembad en fijne verwennerijen. Daarbij is het ijskoud op de kamers. Airco stuk.
‘s Nachts om twee uur dwalen we nog door de gangen op zoek naar een andere kamer waar het niet zo koud is.
Vier kamers later kunnen we dan eindelijk gaan slapen.