Oude doos 4: Behekst…

Heksenhoed

De volgende ochtend voor negen uur steekt Jur een gore stinksigaar op. Het is namelijk vakantie en dan mag het, vindt hij. Op mijn nuchtere maag!
Mokkend zitten we even later tegenover elkaar. Ik kan niks hebben. We moeten nog op zoek naar een feestwinkel voor een heksenhoed, want die wil ik per se op mijn tafeltje, voor de vrolijke noot. Jur tikt het verkeerde adres in het navigatiesysteem. We rijden anderhalf uur voor Jan met de korte achternaam in het rond.
Het uur van de waarheid nadert. We worden allebei steeds chagrijniger.
In de auto oefen ik hardop mijn lezing die ik toch maar uit mijn hoofd geleerd heb. Het lijkt nog steeds nergens op, maar ik kan het in ieder geval dromen.

Behekst

In de feestwinkel, terwijl ik een heksenhoed uitzoek, vertelt de eigenaresse mij dat er woensdag een heks op de radio was.
‘Dat was ik,’ zeg ik en bekijk de hoed van alle kanten. Leuk ding.
De vrouw buigt zich naar me toe en fluistert dat haar arme schoondochter behekst is door een boze heks. Wie weet ze niet. Haar schoondochter is nog steeds erg ziek en weet zelf niet dàt ze behekst is. Ze mag het ook niet weten, anders wordt ze nóg zieker.
Ik ben altijd bereid te helpen, maar dit heeft geen enkele zin. Dus zonder de helpende hand toe te steken verlaat ik de winkel weer, mét heksenhoed.

Kapper

Nu nog naar de kapper. Vijf kappers zijn vol, de zesde heeft plek, maar het kan wel even duren. Half twaalf is het als ik eindelijk aan de beurt ben. Tijd zat. Mijn haar zit daarna fabuleus, het was nog nooit zo mooi. Niets krijgt mijn humeur nog stuk. Nu terug naar het hotel om me om te kleden en mijn papieren te pakken. Laladida….ik heb er zin in. Het is inmiddels één uur, we redden het makkelijk. De lezing is om twee uur…
Ik wacht tot Jur komt voorrijden, maar even later duikt hij naast me op. Witjes.
‘De auto staat er niet,’ zegt hij.
En ja, een van de kapsters heeft inderdaad gezien dat een auto met Nederlands kenteken werd weggesleept door een takelwagen.
Een donkergroene auto.
Die van ons.