Politie

Ik verveel me nooit. Maar ziekzijn bemoeilijkt dat een beetje, want de energie is praktisch tot het nulpunt gedaald. Ongeveer alle griepverschijnselen hebben zich in de afgelopen vier dagen gemanifesteerd, dus ik hoest, proest, nies, kuch, heb af en toe koortsaanvallen en ben van hoge duckstem bij lage sexy bromtonen aanbeland. Wat zoonlief, als altijd wars van flauwekul, de opmerking ontlokt: ‘Praat niet zo zielig zeg.’
Daarna is het advies: ‘Drop eten, thee drinken, stomen.’
We zijn dus nu 1 pond drop verder. Gelukkig gaat het redelijk met mijn bloeddruk, hoewel de sollicitatie-acties van vandaag (ik ga stug door met het vinden van een bijbaan) voldoende waren om me op de kast te krijgen.
Nummer 1 wees me af omdat ze vonden dat mijn sollicitatie naar softwaretester niet echt matchte met hun ideale kandidaat. Dat ik zeven jaar mede-eigenaar ben geweest van een softwarebedrijf en dus een ‘beetje’ ervaring had daarmee, bleek geen pre. Toen probeerde ik het als administratief medewerker ergens in Almere. Maar door de grote hoeveelheid aanmeldingen was ik ook daarvoor kansloos. Tenslotte kwam ik op het lumineuze idee mij te melden bij de politie. Aangezien ik positief vrolijk gestemd was en dus gezegend met een zekere overmoed, besloot ik het erop te wagen. De vacature vroeg om een administratief medewerker (dat lijkt me zo lekker simpel, gewoon data invoeren en papieren opbergen, koffie zetten en telefoneren) maar bleek wat misleidend. Henk de politieman, hartelijke man met basstem die ik ervan verdacht in het bezit te zijn van een enorme snor en een overdaad aan woest krullend borsthaar, belde mij op om mij er persoonlijk van te verzekeren dat ik een uniform moest dragen.
‘Zie je mij al met mijn dikke kont en groot gemoed in een kittig politiepakje rondhuppelen,’ zei ik tegen mijn moeder toen ik haar huilend van het lachen vertelde hoe idioot onze maatschappij in elkaar zit. Je vraagt om een administratief medewerkster, maar zoekt eigenlijk een pittige politietante die met knuppel en al de plaatselijke overtreders prettig intimiderend tegen de auto aanperst. Qua postuur zou mij dat goed lukken. Helaas heb ik geen rijbewijs en ik zag mezelf dus ook niet direct met gillende sirene over de weg racen (zou ik wel willen trouwens).
‘Mevrouw, wij moeten de overtreders flink aanpakken want ze zorgen voor veel ellende, begrijpt u wel?’
Ik begreep het en nam met spijt in mijn hart afscheid van het idee om bij de politie te gaan werken. Hoewel, misschien kan ik er nog als telefoniste aan de slag? Of stukjes schrijven voor het landelijke politieblad?

Goed, volgende plan. Ik probeerde het eerder al als medewerker klantenservice bij Woningnet. Misschien werkte de hoeveelheid brieven, die ik hen de afgelopen jaren heb geschreven naar aanleiding van mijn woningwensen, tegen.
Uiteindelijk resulteerden de afwijzingen in het idee een blog te gaan bijhouden over mijn sollicitatieperikelen. Daar heb ik nu dan de eerste pogingen toe gedaan.
En voort ga ik weer, even vastberaden als daadkrachtig. Wellicht zien jullie mij binnenkort achter een postwagentje. Dan komt het met die dikke kont en groot gemoed ook wel goed en kan ik misschien toch in dat fijne politiepakje. Eventueel als meerijder van die gezellige bromsnor.